door Bas Holtzer op 02-11-2006
#16 Computers en hippies
Het boek van John Markoff What the dormouse said. How the sixties counterculture shaped the personal computer industry toont dat de ontwikkeling van de moderne pc nauw verweven is met de alternatieve cultuur van de San Francisco Bay Area in Californië in de vroege jaren ’60 en ’70. Inderdaad: de ‘counter culture’ van de LSD, de anti-Vietnambeweging, de Grateful Dead, de Berkeley Free Speech Movement, yoga en hippies. Het is geen wonder dat het precies deze plek was die later zou uitgroeien tot Silicon Valley.
De meest interessante fase van een nieuwe ontwikkeling is het begin. Daar liggen alle opties nog open – worden nog in vrijheid alle mogelijke varianten overwogen. Later krijgt één van die varianten, om welke reden dan ook, de overhand. Als de ontwikkeling dan is uitgekristalliseerd, raken de overige mogelijkheden op de achtergrond en lijkt het alsof wat nú standaard is, altijd zo is geweest. Dit proces geldt voor veel maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook in de geschiedenis van de personal computer zien we dit terug.
Deze geschiedenis begint volgens velen bij het Palo Alto Research Center (PARC) van Xerox, en dateert uit de vroege jaren ’70. Steve Jobs en Stephen Wozniak bezochten, zo doceert de canon, in ’79 dit onderzoekscentrum. Voor het eerst zagen ze daar een grafische user-interface: een scherm met vlakken, knoppen en iconen die met behulp van een muis was te bedienen. Zij gebruikten wat ze daar zagen om de Macintosh te maken, die in 1984 op de markt kwam.
Bill Gates jatte dit op zijn beurt en ontwierp Windows, waarmee het overgrote deel van de wereld nu werkt. John Markoff laat in zijn boek What the dormouse said. How the sixties counterculture shaped the personal computer industry echter zien dat vrijwel elk aspect van de moderne computer een oorsprong heeft die ver vóór deze tijd ligt. In de jaren ’50 en ’60 was de computer het kamervullende mainframe die in de kelders van banken, verzekeringsmaatschappijen, de net opgerichte NASA en vooral het Amerikaanse leger zijn berekeningen stond te doen. De grootste computers in die tijd werden gebruikt om de baan van een ICBM (intercontinentale nucleaire raket) te berekenen en een man op de maan te krijgen. Kortom: de computer behoorde toe aan het establishment. In de vroege jaren ’60 werd de computer echter ontdekt door de ‘counter-culture’.
Door de samenkomst van een aantal maatschappelijke en technische ontwikkelingen ontstond het idee van de personal computer. ‘Personal’ omdat de computer vooral werd gezien als een aanvulling en uitbreiding, soms als vervanging, van de menselijke geest. Geen wonder dat het gebruik van geestverruimende middelen in deze kringen volkomen was geaccepteerd. LSD en de computer hadden namelijk hetzelfde doel: ze boden een glimp van volkomen nieuwe werelden, die op termijn voor iedereen toegankelijk zouden worden. Deze beweging werd gedragen door twee sleutelfiguren, die ieder hun eigen onderzoeksinstituut leidden: Douglas Engelbart van het Augmented Human Intellect Research Center van de Stanfort Universiteit, en John McCarthy van het Stanfort Artificial Intelligence Laboratory. In deze instituten, die actief waren vanaf ca. 1962, werd geëxperimenteerd met een moderne GUI (graphical user interface), de muis, hyperlinks, video-conferencing en vele andere functies die we vooral associëren met het moderne informatie-tijdperk.
Vrijwel iedereen die iets te maken heeft gehad met de geboorte van de pc heeft in één van beide instituten gewerkt. Later zouden zij opgaan in Xerox PARC, waar werd gewerkt aan de Alto: de inspiratiebron voor Jobs en Wozniak. Voor velen is het verschil tussen de ‘oude’ en ‘nieuwe’ computercultuur tot op de dag van vandaag zichtbaar. Aan de kant van de grote bedrijven staan de conservatieve machten, met Microsoft voorop natuurlijk. Daartegenover staat de tegencultuur van de open source-software, de hackers en het vrije internet. Apple is er, als multinational, in geslaagd om zich ook hierbij te scharen. Niet alleen is het de eeuwige underdog tegenover bijna-monopolist Microsoft, ook het charisma en de achtergrond van miljardair-vegetariër Steve Jobs draagt hier flink aan bij. Voor iedereen die is geïnteresseerd in de (sociale) geschiedenis van de moderne computer, maar ook van het Californië van de jaren ’50 en ’60 en de tegenbeweging uit die tijd, is dit een geweldig boek. Bereid je wel voor op een bijna eindeloze stoet van drug-evangelisten, visionairen, vredes-activisten en andere opmerkelijke figuren. John Markoff, What the dormouse said. How the sixties counterculture shaped the personal computer industry. Penguin 2006.


Reacties
Nieuwe reactie inzenden